Zet Brexit de Afrikanisering van Europa in gang?

Sustainable Development Goal(s): Peace and Justice

Een vaak gehoord argument pro Brexit is dat de EU een ‘ontransparante, inefficiënte moloch’ zou zijn. Ervaringen met regionale integratie in Afrika tonen echter dat een web van kleinere organisaties minstens evenveel problemen met zich mee kan brengen. Europa zou na een Brexit wel eens heel wat meer op Afrika kunnen gaan lijken. 

Er leek in Europa een consensus te bestaan: om de globalisering te overleven werd Europese integratie beschouwd als cruciaal en de EU zou dienen als het voornaamste integratieblok. Die functie van de EU als zwaartepunt van de Europese integratie werd vaak bevestigd. Na de ineenstorting van de Sovjetunie, vroegen verschillende Oost-Europese staten het lidmaatschap aan, met elf nieuwe EU-lidstaten tot gevolg. Ook vandaag bepalen de EU en haar lidstaten de structuur van de Europese integratie. Bijvoorbeeld door te eisen dat Zwitserland mechanismen invoert voor de EU-conformiteit van haar wetgeving.

Het is duidelijk dat het centrum van de Europese integratie zich in Brussel bevindt. Dat is echter niet altijd zo geweest. In de jaren 1960 waren er meerdere Europese integratieprojecten. Ten eerste was er de ambitieuze Europese Economische Gemeenschap (EEG), gestart door zes centraal gelegen landen: de Benelux, Italië, Frankrijk en Duitsland. De EEG groeide uiteindelijk uit tot de EU. Ten tweede was er de minder ambitieuze Europese Vrijhandelsassociatie, gestart door zeven perifere landen (waaronder het VK), in de context van het Marshallplan.

De EVA verloor haar betekenis als alternatief voor de EU in 1973, toen haar grootste economie, het VK, lid werd van de EU. Vandaag is de EVA relatief onbelangrijk. Ze bestaat uit Zwitserland en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Door lid te worden van de EU, erkende het VK impliciet dat de EU de ‘Europese standaard’ was geworden.

Het begint er echter op te lijken dat de “EU standaard” op de schop zou kunnen gaan. Opnieuw is het het VK dat de kat de bel aanbindt, door een referendum te organiseren over Brexit. Het “…-exit” gevoel zou kunnen overslaan naar andere lidstaten met eurosceptische bevolkingsgroepen. Voormalig Pentagonadviseur Robert Kaplan argumenteert dat we naar een toekomst van Europese integratie aan verschillende snelheden gaan. Er zou een klein, geïntegreerd kern-Europa komen en een diverse periferie.

Eén van de redenen waarom de Britten koele minnaars zijn van de EU is dat EU-regelgeving gepercipieerd wordt als (te) veel en (te) onoverzichtelijk. Vraag is of het verlaten van de EU en het mogelijks tenietdoen van de “EU standaard” zal resulteren in transparantere en efficiëntere Europese integratie en regelgeving.

Afrika

Afrika is armer en diverser dan Europa. Het heeft daarenboven een grotere populatie en oppervlakte. Toch kan een verhelderende vergelijking gemaakt worden tussen de integratieprojecten van de twee continenten.

De Afrikaanse integratie gaat minder ver dan de Europese en heeft weinig zoden aan de dijk gezet om de economische noden in Afrika te verzachten. Intuïtief lijken armoede en corruptie aannemelijke oorzaken, maar er zou nog een andere reden kunnen zijn waarom Afrikaanse integratie niet opbrengt: er is geen standaard in Afrikaanse integratie. Er zijn te veel integratieprojecten en die zijn slecht gecoördineerd. Voor zij die denken dat de EU ingewikkeld is, een overzicht.

Om een Afrikaanse Economische Gemeenschap (AEG) te creëren zijn de landen van de Afrikaanse Unie georganiseerd in “bouwstenen” per regio (West-Afrika, Centraal-Afrika…). Sommige van deze regionale organisaties overlappen wat hun lidmaatschap betreft en andere zijn (tijdelijk?) niet meer actief. Dit heeft soms surrealistische gevolgen. Zo is Kenia tegelijk lid van EAC, COMESA, IGAD en CEN-SAD, organisaties met vergelijkbare doelstellingen.

Kaart van de bouwstenen van de AEG

Daarenboven zijn er ook nog eens verschillende lokale organisaties voor economische samenwerking die de Afrikaanse equivalenten vormen van bijvoorbeeld de Benelux-Unie. Voorbeelden zijn: GAFTA, CEPGL, COI, LGA en MRU.

Afrikaanse landen streven bovendien ook een gemeenschappelijke munt na. Met het oog daarop hebben ze niet één, maar drie verschillende internationale organisaties gecreëerd (CEMAC, UEMOA en WAMZ). Het resultaat is niet één, niet drie, maar wel twee gemeenschappelijke munten (die onderling met elkaar verbonden zijn): de West-Afrikaanse en de Centraal-Afrikaanse CFA-Frank. Intellectuele eigendom wordt niet geregeld door één, maar door twee extra internationale organisaties: ARIPO en OAPI. De overkoepelende Afrikaanse Unie is ook nog eens actief in een heleboel domeinen via programma’s zoals NEPAD en CAADP en geholpen door onder andere UNECA van de VN.

Een gevolg van dit kluwen aan internationale organisaties is dat sommige pakketten van gerelateerde wetgeving geharmoniseerd worden door meer dan één internationale organisatie. Bijvoorbeeld, ECOWAS, OAPI, ARIPO, EAC, COMESA en SADC hebben richtlijnen uitgevaardigd om de Afrikaanse wetgeving rond zaden te harmoniseren. Kenia, om een specifiek land te nemen, moet rekening houden met de richtlijnen van ARIPO, EAC en COMESA.

Uiteraard zijn er verschillen qua integratiemodel die vergelijking tussen de Europese en de Afrikaanse integratie moeilijk maken. Ten eerste is er in Afrika geen traditioneel kerngebied van integratie: er is geen Afrikaans equivalent van de Europese “Binnenste zes”. Ten tweede is het in principe de bedoeling dat de bouwstenen van de Afrikaanse Economische Gemeenschap even snel en ver integreren. In Europa zouden ‘vertrekkers’ net uit de EU stappen omdat ze zich niet kunnen vinden in met mate van integratie.

Nood aan transparantie bij integratie

En toch kan Afrika ons leren wat er in Europa kan gebeuren als de eensgezindheid over het integratieproject blijft achteruit gaan. Voor vertrekkers die uit de EU stappen, zijn er twee realistische opties. Ofwel kunnen ze deel worden van de Europese Economische Zone. Het zou verbazen als vertrekkers die optie kiezen. Noorwegen betaalt bijvoorbeeld een hoge prijs om zijn vis- en oliegronden buiten de EU te houden en tegelijk onbeperkt toegang te hebben tot de interne markt. Het land is verplicht de interne marktwetgeving aan te nemen en is onderworpen aan de rechtspraak van het Hof van Justitie zonder dat het substantiële inspraak heeft.

Het alternatief is dat de relaties tussen de “blijvers” en de vertrekkers en tussen de vertrekkers onderling geregeld worden door een Afrikaans aandoend onoverzichtelijk lappendeken van vrijhandelsverdragen en -zones, douane-unies en internationale organisaties met een specifiek doel. In dat geval gaat Europa op integratievlak een beetje meer op Afrika lijken. Het Afrikaanse voorbeeld lijkt aan te geven dat een kluwen van verdragen, zelfs na coördinatie door de Afrikaanse Unie, niet in staat is om de administratieve transparantie op te leveren die de Britten beweren te willen. De transparantie en de efficiëntie zouden waarschijnlijk achteruit gaan en daar zouden alle Europeanen bij verliezen.

Bovendien wil de EU Zwitserland (zoals gezegd) niet langer toegang geven tot de interne markt zonder dat het land systematisch de rechtspraak van het Hof van Justitie toepast. De EU kant zich dus tegen een patchwork van verdragen en tegen cherry-picking. Vraag is of het VK van de EU wél een voorkeursbehandeling zou kunnen afdwingen. Veel zou kunnen afhangen van het aantal vertrekkers, hun soortelijk gewicht, de grootte van het resterende kern-Europa en de beslistheid van de blijvers tot politieke integratie. Op die manier zie je een politieke verdeel-en-heerscultuur van onderhandelingen, allianties en diplomatieke druk ontstaan en daar zouden alle Europeanen bij verliezen.

Om af te sluiten, een anekdote. Vorig jaar was ik in de Belgische ambassade in Burundi. Ik had het geluk om met enkele van de beste Burundische juristen te kunnen spreken en die vertelden me dat ze een online cursus EU-recht volgden. Ik grapte dat ze ‘nog steeds’ te veel bewondering voor Europa hadden. Ze antwoorden: “We hebben niet zozeer bewondering voor Europa, maar wel voor de EU. Wij geloven in regionale integratie en de EU is met voorsprong het indrukwekkendste project van regionale integratie. Wij willen daarvan leren om onze eigen integratieprojecten beter te maken.”

 

Over de auteur

Lodewijk Van Dycke is doctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. Hij bestudeert de rechtsstaat in de context van de wetgeving op zaaigoed in Sub-Sahara Afrika.